Naar inhoud springen

SBV Vitesse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Vitesse Arnhem
SBV Vitesse
Naam Stichting Betaald Voetbal Vitesse-Arnhem
Bijnaam FC Hollywood aan de Rijn
Vites
Ernemse Boys
Opgericht 14 mei 1892
Plaats Vlag Arnhem Arnhem
Stadion GelreDome
Complex Sportcentrum Papendal
Capaciteit 18.000 – 25.000 [1][2]
Voorzitter Claudia Lap
Eigenaar Sterkhouders Vitesse Arnhem B.V.
Algemeen directeur Willem van der Linden
Sportief raadgever Edward Sturing
Sebastiaan van der Sman
Trainer Rüdiger Rehm
(Hoofd)­sponsor Woolsocks (thuis)
Frank Energie (uit)
Kledingmerk Robey
Begroting € 2,7 miljoen
Competitie Keuken Kampioen Divisie
Prijzen KNVB Beker: 1×
Eerste divisie: 2×
Tweede divisie: 1×
Website vitesse.nl
Thuis
Uit
Geldig voor 2026/27
Icoontje huidige resultaten Vitesse in het seizoen 2027/28
Icoontje historische resultaten Vitesse in het seizoen 2025/26
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Vitesse, is een Nederlandse profvoetbalclub uit Arnhem. De volledige naam luidt Stichting Betaald Voetbal Vitesse-Arnhem. De club werd opgericht op 14 mei 1892, maar haar geschiedenis gaat terug tot 1887. In dat jaar ontstond de Arnhemsche cricket- en voetbalvereeniging Vitesse. Aanvankelijk was cricket de belangrijkste sport, maar geleidelijk kreeg voetbal de overhand. Later kwam daar ook een atletiekafdeling bij. Uiteindelijk richtte de vereniging zich uitsluitend op voetbal. Dankzij haar oorsprong in 1887 behoort Vitesse tot de oudste nog bestaande voetbalclubs van Nederland.

Sinds 1998 speelt Vitesse haar thuiswedstrijden in het GelreDome. De club komt traditioneel uit in een geel-zwart gestreept tenue, waarvan de kleuren zijn ontleend aan de provincie Gelderland.

Historisch gezien behoort Vitesse tot de succesvolste voetbalclubs van Oost-Nederland. De club werd zevenmaal kampioen van de Eerste Klasse Oost en eindigde vóór de invoering van het betaald voetbal zesmaal als tweede in de strijd om het landskampioenschap. In 2017 behaalde Vitesse met het winnen van de KNVB Beker de eerste nationale hoofdprijs uit de clubgeschiedenis. Ook kwam de club regelmatig uit in Europese competities. Het grootste Europese succes volgde in het seizoen 2021/22, toen Vitesse de achtste finales van de UEFA Europa Conference League bereikte.

Geschiedenis van Vitesse

[bewerken | brontekst bewerken]

Arnhemsche cricket- en voetbalvereeniging Vitesse (1887–1891)

[bewerken | brontekst bewerken]

De oorsprong van Vitesse, een van de oudste voetbalclubs van Nederland, gaat terug tot 1887. In dat jaar werd de Arnhemsche cricket- en voetbalvereeniging Vitesse opgericht door een groep jonge mannen die eerder cricket speelden op de Rijnkade.[3][4][5] De naam Vitesse, Frans voor ‘snelheid’, weerspiegelde de voorkeur van de oprichters voor een elegante en elitaire benaming. Onder de eerste betrokkenen bevonden zich onder anderen Lodewijk en Dirk Jan de Geer.[6]

In de Sport Almanak van 1890 verschijnt voor het eerst de naam Vitesse, waarbij april 1887 als oprichtingsdatum wordt genoemd. Sportpionier Pim Mulier schreef enkele jaren later in zijn boek Cricket dat de club was opgericht op initiatief van Siegfried Anne Leopold. Leopold was aanvankelijk secretaris en werd in 1890 voorzitter van de vereniging. Vanuit zijn ouderlijk huis aan de Spijkerstraat verzorgde hij het secretariaat van de club. Later zou hij ook betrokken blijven bij het ‘nieuwe’ Vitesse, eerst als cricketer en later als voetballer en doelman.

Volgens Mulier telde Vitesse in de beginjaren ongeveer dertig leden. De club speelde aanvankelijk cricket op de Boulevard Heuvelink, later in Velp en uiteindelijk op het Sport- en Tentoonstellingsterrein aan de Velperweg. Op 29 september 1889 organiseerde Vitesse daar een provinciaal cricketconcours ten behoeve van de slachtoffers van de ramp van Corvilain, een explosie in een munitiefabriek bij Antwerpen waarbij tientallen doden en gewonden vielen.[6][7]

Het oorspronkelijke Vitesse bleef bestaan tot november 1891. De vereniging werd opgeheven nadat zij haar speel- en oefenterrein verloor. De aanleg van een verharde wielerbaan op het Sport- en Tentoonstellingsterrein aan de Velperweg maakte verdere activiteiten van de club onmogelijk.[6] Hoewel de vereniging formeel ophield te bestaan, bleven verschillende betrokkenen uit het oorspronkelijke Vitesse actief binnen de Arnhemse sportwereld. Slechts enkele maanden later zou de club onder dezelfde naam en met deels dezelfde personen opnieuw worden opgericht.

Heroprichting van Vitesse (1892)

[bewerken | brontekst bewerken]
Vitesse anno 1894

Op 14 mei 1892 werd er opnieuw een cricketclub opgericht door veertien scholieren van het Stedelijk Gymnasium Arnhem en de HBS. Vier dagen later besloot het gezelschap tijdens een huishoudelijke vergadering in het huis van de broers Dick en Frits Couvée aan de Parkstraat in het Spijkerkwartier de naam Vitesse opnieuw in gebruik te nemen. Daarmee werd de eerder verdwenen vereniging uit 1887 nieuw leven ingeblazen. Onder de oprichters bevonden zich onder anderen Lodewijk de Geer, die ook bij het oorspronkelijke Vitesse betrokken was geweest, en de Indische broers Dezentjé. Frans Dezentjé werd verkozen tot eerste voorzitter van de club.[8]

Een van de oprichters, de twintigjarige Karel d’Arnaud Gerkens, regelde via zijn oom Abraham Knoops een speelterrein voor de jonge vereniging. In de zomermaanden werd een weide aan de Molenbeekstraat gebruikt om te cricketen. De oude speelmaterialen van het oorspronkelijke Vitesse werden opnieuw tevoorschijn gehaald en ook een eerder clubreglement werd aangepast en opnieuw aangenomen.[9]

Kampioen van het Oosten (1892–1896)

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 19 juni 1892 speelde Vitesse zijn eerste officiële cricketwedstrijd. In Barneveld werd Be Quick verslagen met 51 runs. Enkele maanden later besloot het bestuur tijdens een vergadering in gebouw Tivoli aan de Velperweg om naast cricket ook weer voetbal te gaan spelen. Volgens de clubleiding was voetbal eenvoudiger te leren en bovendien goedkoper dan cricketmateriaal. Op het terrein van de IJsclub achter de Boulevard Heuvelink werd voortaan in de zomermaanden gecricket en in de lente en herfst gevoetbald.

In het najaar van 1892 speelde Vitesse zijn eerste voetbalwedstrijd tegen de Nijmeegsche Football Club (N.F.C.), die met 2–0 verloren ging. In de eerste jaren speelde Vitesse uitsluitend vriendschappelijke wedstrijden. Tijdens de winter van 1893/94 stelde commandant Karel van der Heijden de spelers van Vitesse een veld in de Planten- en Vogeltuin en een naastgelegen weide op landgoed Bronbeek ter beschikking. Omdat Bronbeek niet geschikt was voor het spelen van officiële wedstrijden, onder andere doordat op een van de speelvelden een boom midden op het veld stond, verhuisde Vitesse eind 1894 noodgedwongen naar de Paasweide, aan de overzijde van de Rijn.

In 1894 ging de Gelderse competitie van de Nederlandse Voetbal Bond van start. De eerste competitiewedstrijd eindigde direct in een ruime overwinning. Vitesse versloeg Victoria uit Den Bosch met 0–17. In 1895 organiseerde de club op de Paasweide bovendien de eerste internationale voetbalwedstrijd op Nederlandse bodem tussen een oostelijk elftal en het Engelse Maidstone.

In 1895 en 1896 werd Vitesse kampioen van de Gelderse competitie, waarna promotie volgde naar de Eerste Klasse Oost, destijds het hoogste niveau van Nederland. Voetbal groeide in die jaren snel uit tot de belangrijkste sport binnen de vereniging, terwijl cricket langzaam naar de achtergrond verdween. Tegelijkertijd bleef Vitesse zich ontwikkelen als brede sportclub en werd ook een atletiekafdeling opgericht. Daarmee ging de club verder onder de naam Arnhemsche Voetbal- en Atletiekclub Vitesse.

De eerste gloriejaren van Vitesse (1896–1922)

[bewerken | brontekst bewerken]
Vitesse anno 1897 met het vroegere blauw-witte tenue. Staand v.l.n.r.: Van Rossum, Rein Hendriks, Herman Hesselink, Roqué, Jager, Piet Hendriks, Meihuizen. Zittend v.l.n.r.: d'Arnaud Gerkens, Jacobsen, Lutjens, Willem Hesselink
Vitesse poserend na het behalen van het Kampioenschap van het Oosten in 1913
Elftalfoto uit 1914, waarin Vitesse het Nederlands kampioenschap op een haar na miste
Elftalfoto uit 1917 op de toenmalige thuisbasis Klarenbeek

In de zomer van 1896 verhuisde Vitesse naar het middenterrein van de wielerbaan Klarenbeek. Sportief groeide Vitesse in deze jaren uit tot een van de sterkste clubs van Nederland. De Arnhemmers werden kampioen van de Eerste Klasse Oost in 1897, 1898, 1903, 1913, 1914 en 1915 en plaatsten zich daarmee meerdere malen voor de nationale kampioenscompetitie. Een landstitel bleef echter uit, ondanks vijf tweede plaatsen.

Ook bij de atletiekafdeling van de club werden successen geboekt. Willem Hesselink, die naast atleet ook actief was als voetballer van Vitesse, behaalde rond 1898 een Nederlands record bij het verspringen. In de jaren daarna vestigden ook Vitesse-atleten Wim Lingbeek en Henk Herberts nationale records en won de club meerdere regionale atletiekprijzen. Door deze prestaties behoorde Vitesse in die periode tot de bekendere atletiekverenigingen van Oost-Nederland.

Op 15 januari 1899 speelde Vitesse als eerste Nederlandse voetbalclub ooit een wedstrijd in Duitsland. In Duisburg wonnen de Arnhemmers met 0–6 van Duisburger TfE 1848. In dezelfde periode wijzigde de club ook de clubkleuren. Tussen 1894 en 1900 speelde Vitesse in een wit tenue met een diagonale blauwe baan, verwijzend naar de stadskleuren van Arnhem. In augustus 1900 besloot het bestuur over te stappen op het geel-zwarte tenue dat later het vaste clubsymbool zou worden.

In 1912 bereikte Vitesse voor het eerst de finale van de KNVB Beker. Op het terrein van RAP in Amsterdam verloren de Arnhemmers met 2–0 van HFC Haarlem. In deze periode groeide Willem Hesselink, die eerder ook successen behaalde binnen de atletiekafdeling van de club, uit tot een van de prominente spelers van Vitesse. Samen met doelman Just Göbel kwam hij bovendien uit voor het Nederlands elftal. In 1914 stelde Vitesse bovendien met John Willie Sutcliffe voor het eerst een buitenlandse trainer aan.

Op 31 mei 1914 kwam Vitesse het dichtst bij het winnen van het landskampioenschap. In de beslissende wedstrijd tegen HVV in Den Haag kwamen de Arnhemmers via Hesselink op voorsprong. Na de gelijkmaker van HVV kreeg aanvoerder Lex Staal vanaf de strafschopstip de kans om Vitesse dicht bij de titel te brengen, maar hij schoot over. Lang leek een gelijkspel voldoende voor het kampioenschap, totdat Guus de Serière vlak voor tijd alsnog de beslissende treffer voor HVV maakte.[10]

Door de Eerste Wereldoorlog kon de Nederlandse Voetbal Bond in het seizoen 1914/15 geen normale competitie organiseren. De clubs werden daarom verdeeld in regionale groepen. Vitesse won groep A en plaatste zich voor een beslissende strijd om het landskampioenschap tegen Sparta. Na een overwinning in Arnhem en een nederlaag in Rotterdam volgde een beslissingswedstrijd in Amsterdam, waarin Sparta met 3–0 te sterk bleek.

In 1915 verhuisde Vitesse naar stadion Monnikenhuize, waar de club het terrein huurde van de gemeente Arnhem, die tevens een nieuw speelveld liet aanleggen. Het clubhuis en de tribune van Klarenbeek werden overgebracht naar het nieuwe stadion. Op 26 september 1915 werd Monnikenhuize officieel geopend met een wedstrijd tegen Noordelijke Zwaluwen, die eindigde in 3–3.

Na het seizoen 1914/15 raakte Vitesse sportief in verval. De club streed meerdere jaren tegen degradatie. Ondanks een korte opleving in het seizoen 1920/21 volgde op 30 april 1922 uiteindelijk degradatie uit de Eerste Klasse, na een verblijf van 25 jaar op het hoogste niveau van Nederland.

Wisselend succes (1922–1954)

[bewerken | brontekst bewerken]

Vitesse hoefde niet lang te wachten op een terugkeer naar de Eerste Klasse. Na het kampioenschap in de Tweede Divisie (B) won de club ook beide promotiewedstrijden tegen Rigtersbleek, de kampioen van de Tweede Klasse C.

Onder leiding van de Engelse trainer Robert William Jefferson beleefde Vitesse vervolgens enkele succesvolle jaren. Tussen 1924 en 1927 eindigde de club achtereenvolgens als derde, vierde en vijfde in de Eerste Klasse. In 1927 bereikte Vitesse bovendien de finale van de KNVB Beker, waarin met 3–1 werd verloren van VUC.

Ook internationaal wist Vitesse in deze periode indruk te maken. In 1925 won de Arnhemse club in Engeland met 3–2 van West Ham United FC. Daarmee werd Vitesse de eerste Nederlandse club uit het amateurtijdperk die een Engelse eersteklasser wist te verslaan.

Na het vertrek van Jefferson namen de prestaties echter af. Vitesse zakte langzaam weg naar de onderste regionen van de competitie en ontsnapte in het seizoen 1930/31 ternauwernood aan degradatie. In dezelfde periode kwam er ook een einde aan de atletiekafdeling, doordat voetbal inmiddels definitief was uitgegroeid tot de hoofdsport van Vitesse.

Ondanks de sportieve terugval wist de voetbalafdeling zich onder leiding van de Duitse trainer Heinrich Schwarz weer op te richten. Schwarz gaf veel jonge spelers de kans, onder wie Jan Dommering, Kees Meeuwsen en Johan Ricken, die later belangrijke krachten binnen het elftal zouden worden. In het seizoen 1932/33 eindigde Vitesse als derde en ook een jaar later behaalde de club met een vijfde plaats een verdienstelijk resultaat. In 1935 volgde echter opnieuw degradatie na een dramatisch seizoen, dat mede werd overschaduwd door het overlijden van speler Piet Tonneman.

In de jaren daarna beleefde Vitesse een sportief moeilijke periode, die mede door de Tweede Wereldoorlog zou voortduren. De club slaagde er jarenlang niet in promotie af te dwingen. Vitesse eindigde vier keer als tweede en tweemaal als derde, terwijl promotiewedstrijden in 1941 en 1944 verloren gingen. Op 19 oktober 1941 vestigde Nico Westdijk een clubrecord door negen keer te scoren in de met 11–0 gewonnen wedstrijd tegen De Treffers, een record dat nog altijd overeind staat.

In 1942 vierde Vitesse het vijftigjarig bestaan van de club met een defilé in Monnikenhuize. Onder toeziend oog van de Duitse bezetters vormden de spelers een grote letter V, bedoeld als symbool voor Vrijheid en Victorie. De Duitsers interpreteerden dit slechts als een verwijzing naar de naam Vitesse. Later in de oorlog kwam het voetbal vrijwel volledig stil te liggen. Competitievoetbal werd verboden, waardoor Vitesse alleen nog enkele oefenwedstrijden speelde. De Slag om Arnhem in september 1944 had grote gevolgen voor de club. De Duitse Wehrmacht gelastte de evacuatie van de Arnhemse bevolking en ook stadion Monnikenhuize liep zware schade op. Kort na de bevrijding brandde bovendien het clubhuis af.

Naoorlogs herstel en terugkeer naar de top (1945–1953)

[bewerken | brontekst bewerken]
Vitesse 60 jaar

In de jaren na de oorlog werd de schade aan Monnikenhuize hersteld en in mei 1947 werd een nieuw clubhuis geopend. Ook sportief wist Vitesse zich langzaam te herstellen. In het seizoen 1945/46 werd de club kampioen van de Tweede Divisie en won het vervolgens ook de promotitiecompetitie.

Twee jaar later besloot de gemeenteraad van Arnhem tot de bouw van een nieuw stadion voor de club. Het nieuwe stadion, Nieuw-Monnikenhuize, zou worden gerealiseerd aan de noordzijde van de Monnikensteeg.

Op 10 april 1950 vond voorafgaand aan een promotiewedstrijd tegen VV Rheden een ernstig ongeval plaats op Monnikenhuize. Tijdelijke noodtribunes stortten onder het gewicht van de grote mensenmassa deels in, waarbij meerdere gewonden vielen. Ondanks het incident ging de wedstrijd door. Vitesse won met 3–1 en promoveerde naar de Eerste Klasse.

Op 3 september 1950 werd stadion Nieuw-Monnikenhuize officieel geopend door burgemeester Chris Matser.

In de jaren daarna beschikte Vitesse over een talentvolle lichting spelers. Sjaak Alberts groeide vanuit de eigen jeugdopleiding uit tot een vaste waarde in de verdediging en bereikte samen met Wim Hendriks het Nederlands Elftal.

Het hoogtepunt van deze periode volgde in het seizoen 1952/53, toen Vitesse kampioen werd van de Eerste Klasse B. De Arnhemmers mochten daardoor deelnemen aan de kampioenscompetitie om de landstitel tegen FC Eindhoven, Sparta Rotterdam en RCH. De ploeg van trainer Jan Zonnenberg kwam uiteindelijk tekort voor het landskampioenschap, dat door RCH werd gewonnen. Rond dezelfde periode vierde Vitesse bovendien het zestigjarig jubileum van de club met festiviteiten en een jubileumwedstrijd tegen het Belgische Daring Club de Bruxelles.

Eerste decennia betaald voetbal (1954–1984)

[bewerken | brontekst bewerken]
In 1974 wordt Herman Veenendaal (l.) met 23 doelpunten topscorer van de Eerste divisie
Henk Bosveld (r.) (1968)

Halverwege de jaren vijftig veranderde het Nederlandse voetbal ingrijpend. Omdat de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond bleef vasthouden aan het amateurisme vertrokken steeds meer spelers naar het buitenland, waar betaald voetbal al langer was toegestaan. Ook in Nederland ontstond concurrentie door de oprichting van de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (NBVB), die in de zomer van 1954 een eigen profcompetitie begon. Vitesse kreeg eveneens te maken met een leegloop van spelers. Zeven spelers maakten de overstap naar de nabijgelegen voetbalclub De Graafschap, dat uitkwam in de competitie van de NBVB. Het niveau van het Nederlandse voetbal daalde hierdoor snel, waardoor de KNVB uiteindelijk alsnog besloot betaald voetbal toe te staan.

Op 27 augustus 1954 besloot ook Vitesse de overstap naar het betaald voetbal te maken. De eerste jaren verliepen moeizaam. Trainer Joseph Gruber wist de club echter door deze onrustige periode heen te loodsen. Deelname aan de Hoofdklasse in het seizoen 1955/56 gold destijds als een belangrijk sportief succes.

Op 2 september 1956 werden de Eredivisie en de Eerste divisie ingevoerd. Op basis van de eindrangschikking werd Vitesse ingedeeld in de Eerste Divisie. In de jaren daarna slaagde de club er niet in om door te stoten naar het hoogste niveau. Deelname aan de promotiewedstrijden in het seizoen 1959/60 vormde voorlopig het sportieve hoogtepunt.

In 1962 werd Vitesse teruggezet naar de Tweede Divisie, nadat de KNVB besloot de twee afdelingen van de Eerste Divisie samen te voegen tot één competitie. Na de terugkeer van trainer Joseph Gruber in 1964 verbeterden de resultaten geleidelijk weer.

Onder leiding van Gruber werd Vitesse in 1966 kampioen van de Tweede Divisie en promoveerde de club naar de Eerste Divisie. Enkele jaren later promoveerde Vitesse op bijzondere wijze voor het eerst naar de Eredivisie. In 1971 profiteerden de Arnhemmers van de fusie tussen ADO en Holland Sport tot FC Den Haag, waardoor een extra plaats vrijkwam op het hoogste niveau. Met spelers als Joop Heezen en Dick Mulderij promoveerde Vitesse daardoor alsnog naar de Eredivisie.

Het verblijf op het hoogste niveau verliep moeizaam. Op 19 mei 1972 leed Vitesse een historische 12–1 nederlaag tegen landskampioen Ajax, nog altijd de grootste competitienederlaag uit de clubgeschiedenis. Tot oktober 2020 was het bovendien de grootste nederlaag ooit in de Eredivisie. Vitesse eindigde het seizoen als laatste en degradeerde direct terug naar de Eerste Divisie.

In de jaren daarna deed Vitesse meerdere keren mee aan de nacompetitie, maar promotie bleef lange tijd uit. Pas in 1977 keerde de club terug in de Eredivisie. Onder leiding van trainer Henk Wullems veroverde Vitesse, mede dankzij spelers als Herman Veenendaal, Willie Veenstra, Henk Bosveld, Boško Bursać, Bennie Hofs en Peter Boeve, het kampioenschap van de Eerste Divisie. De Arnhemmers bleven vervolgens drie seizoenen actief op het hoogste niveau, totdat de club in 1980 opnieuw degradeerde naar de Eerste Divisie.

Van Nieuw-Monnikenhuize naar GelreDome (1984–2000)

[bewerken | brontekst bewerken]

Organisatorisch was 1984 een belangrijk jaar in de clubgeschiedenis van Vitesse. Al sinds 1982 liepen de spanningen tussen de voorstanders van het betaald voetbal en de leden die zich vooral wilden richten op de amateurs en jeugd steeds verder op. Op 15 juni 1984 leidde dit uiteindelijk tot de verzelfstandiging van het betaald voetbal. De amateurafdeling ging verder onder de naam Vitesse 1892 en verhuisde later naar sportcomplex Valkenhuizen aan de Beukenlaan.

De profafdeling kende vervolgens een moeizame start. Vitesse kampte met een zware schuldenlast uit het verleden en vreesde zelfs voor haar voortbestaan. Financiële steun van onder meer de gemeente Arnhem bleek noodzakelijk om betaald voetbal in de stad te behouden. Om de gemeente te overtuigen deed voorzitter Karel Aalbers een beroep op de Arnhemse bevolking. Tijdens een thuiswedstrijd tegen VVV-Venlo op 21 april 1985, waarvoor supporters gratis toegang kregen, sprak Aalbers met een microfoon vanaf de middenstip de aanwezigen toe. Ruim zevenduizend supporters kwamen naar Nieuw-Monnikenhuize om hun steun aan de club te tonen. Uiteindelijk stemde de gemeenteraad op 17 juni 1985 met een nipte meerderheid in met financiële steun aan Vitesse.

Na het veiligstellen van het voortbestaan richtte Aalbers zijn blik op de toekomst. Hij presenteerde ambitieuze plannen waarmee Vitesse moest doorgroeien naar de Nederlandse top en de Europese subtop. Ook ontstonden plannen voor de bouw van een nieuw stadion in Arnhem-Zuid. Hoofdsponsor NUON speelde een belangrijke rol bij de financiering van deze ambities.

Onder leiding van voorzitter Aalbers en trainer Bert Jacobs promoveerde Vitesse in het seizoen 1988/89 als kampioen van de Eerste Divisie naar de Eredivisie. In het eerste seizoen terug op het hoogste niveau eindigde de club direct als vierde. Ook bereikte Vitesse de finale van de KNVB Beker, waarin PSV uiteindelijk met 1–0 te sterk bleek. Diep in blessuretijd kreeg John van den Brom vanaf de strafschopstip nog de kans om een verlenging af te dwingen, maar zijn penalty werd gestopt door Hans van Breukelen. Desondanks bevestigde het seizoen dat de Arnhemmers nationaal weer begonnen mee te tellen.

Op 25 maart 1998 werd het GelreDome officieel geopend. Het nieuwe stadion bood plaats aan 25.000 toeschouwers en gold destijds als een van de modernste stadions van Europa. Dejan Čurović maakte het eerste doelpunt in het nieuwe stadion en was daarmee ook de laatste doelpuntenmaker ooit in Nieuw-Monnikenhuize.

Vitesse groeide onder leiding van trainers als Herbert Neumann, Leo Beenhakker en Ronald Koeman uit tot een vaste waarde in de subtop van de Eredivisie. De club eindigde meerdere seizoenen bij de eerste zes en plaatste zich negen keer voor de UEFA Cup. Daarin speelde Vitesse memorabele wedstrijden tegen clubs als Real Madrid, Internazionale, SC Braga en Sporting Lissabon.

Spelers als Martin Laamers, Edward Sturing, Pierre van Hooijdonk en Marc van Hintum groeiden uit tot internationals van het Nederlands Elftal, terwijl Theo Bos uitgroeide tot clubicoon. De verdediger speelde zijn gehele loopbaan voor Vitesse en kreeg later de bijnaam Mister Vitesse.

Onder trainer Henk ten Cate eindigde de club als derde in de Eredivisie, nog altijd de hoogste eindklassering sinds de invoering van het betaald voetbal. Aanvaller Nikos Machlas werd bovendien topscorer van de competitie met 34 doelpunten en won daarmee de Gouden Schoen.[11] In het seizoen 1999/2000 greep Vitesse op pijnlijke wijze naast Champions League-voetbal. De Arnhemmers eindigden met hetzelfde doelsaldo als nummer drie Feyenoord, maar kwamen uiteindelijk één punt tekort voor een historisch ticket voor het miljardenbal.

Chaos na Aalbers en financiële redding (2000–2010)

[bewerken | brontekst bewerken]
In 2009 werd Mister Vitesse Theo Bos trainer van Vitesse. Het absolute hoogtepunt van zijn trainerschap was de 4-1 overwinning op AFC Ajax. Het was de grootste overwinning die Vitesse ooit op de Amsterdammers behaalde.

Op 15 februari 2000 kwam abrupt een einde aan het voorzitterschap van Karel Aalbers. De succesvolle maar omstreden bestuurder werd gedwongen af te treden vanwege vermoedens van fraude en ondoorzichtige financiële constructies. Jarenlang had Aalbers, gesteund door NUON-voorzitter Tob Swelheim, vrijwel vrij spel binnen de club. Met financiële steun van energiebedrijf NUON investeerde Vitesse fors in spelers, faciliteiten en het nieuwe GelreDome, waarmee de club zich sportief wist te ontwikkelen tot een vaste subtopper van de Eredivisie.

Toen toezichthouders van NUON echter inzicht kregen in de financiële situatie van Vitesse, bleek dat de club op grote schaal boven haar stand had geleefd. Hoge investeringen, tegenvallende inkomsten en de kosten van het stadionproject hadden geleid tot enorme schulden, die tijdens het bewind van Aalbers grotendeels buiten beeld waren gebleven. Het vertrouwen in de voorzitter verdween volledig, waarna zijn onmiddellijke vertrek werd geëist. Vitesse balanceerde vervolgens op de rand van een faillissement, maar wist te overleven dankzij steun van de Vrienden van Vitesse, de gemeente Arnhem en de provincie Gelderland.

Ondanks de financiële chaos beleefde Vitesse in het seizoen 2002/03 een memorabele Europese campagne in de UEFA Cup. In de eerste ronde werd Rapid Boekarest uitgeschakeld na een 1–1 gelijkspel in Arnhem en een knappe 0–1 overwinning in Roemenië. Vervolgens verraste Vitesse ook het Duitse Werder Bremen. In de derde ronde wachtte Liverpool FC, dat uiteindelijk een einde maakte aan het Europese avontuur van de Arnhemmers. Na de Europese opleving volgden wisselvallige seizoenen, met spelers als Nicky Hofs, Theo Janssen en Matthew Amoah als gezichtsbepalende namen van die periode. Het uitblijven van structureel succes en het mislopen van Europees voetbal zorgden ervoor dat de financiële problemen opnieuw toenamen. De schulden drukten steeds zwaarder op de club, waardoor Vitesse langzaam afzakte richting de onderste regionen van de Eredivisie. Om overeind te blijven moest de club meermaals financiële steun vragen aan de gemeente Arnhem en konden sommige verplichtingen slechts worden nagekomen dankzij surseance van betaling.

In een poging de club financieel te stabiliseren trad zakenman Maasbert Schouten in 2008 toe als investeerder. Via zijn financiële dienstverlener AFAB was hij al jarenlang hoofdsponsor van Vitesse. Schouten nam een belang van twintig procent in de club en werd gezien als de redder van Vitesse. De financiële rust bleek echter van korte duur. Een jaar later kampte de club opnieuw met grote liquiditeitsproblemen. Schouten verstrekte daarop een nieuwe lening, onder de voorwaarde dat hij het merendeel van de aandelen zou verkrijgen als Vitesse niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen. In 2010 bleek de club inderdaad niet in staat de lening terug te betalen. Hierdoor verkreeg Schouten uiteindelijk 99 procent van de aandelen van Vitesse. Daarmee werd hij de eerste meerderheidsaandeelhouder in het Nederlandse betaald voetbal.

Russische miljoenen en sportieve hoogtepunten (2010–2022)

[bewerken | brontekst bewerken]
Gewonnen bekerfinale in De Kuip op 30-04-2017

In augustus 2010 verkocht Maasbert Schouten zijn aandelen aan de Georgische zakenman Merab Zjordania. Daarmee werd Vitesse de eerste Nederlandse profclub die volledig in buitenlandse handen kwam. Na de overname investeerde Zjordania miljoenen in de club en ontwikkelde hij onder meer het trainingscomplex op Papendal verder. De herkomst van de investeringen bleef onderwerp van speculatie, waarbij Chelsea-eigenaar Roman Abramovitsj regelmatig werd genoemd als mogelijke geldschieter. De nauwe banden met Chelsea werden bovendien zichtbaar op sportief vlak. In deze periode huurde Vitesse meerdere talentvolle spelers van de Engelse club, onder wie Nemanja Matić, Lewis Baker, Dominic Solanke en Mason Mount. Ook Real Madrid-talent Martin Ødegaard speelde tijdelijk in Arnhem. Naast de komst van deze buitenlandse talenten groeide Guram Kashia uit tot aanvoerder en clubicoon.

Uitverkocht Gelredome tijdens de met 1-0 gewonnen Europa Conference League-wedstrijd tegen Tottenham Hotspur op 21-10-2021.

De vernieuwde ambities vertaalden zich al snel in sportieve resultaten. Met John van den Brom als trainer plaatste Vitesse zich in 2012 via de play-offs voor Europees voetbal, waarmee de club na tien jaar terugkeerde op het Europese podium. Het bleek de start van een succesvolle periode waarin Vitesse zich regelmatig voor Europees voetbal wist te kwalificeren. Na het vertrek van Van den Brom nam Fred Rutten het trainerschap over. In het seizoen 2012/13 leidde hij Vitesse naar een sterke vierde plaats in de Eredivisie. Met jeugdproducten Marco van Ginkel en Davy Pröpper deed de club lange tijd mee in de strijd om de landstitel. Wilfried Bony werd topscorer van de Eredivisie en won de Gouden Schoen. Peter Bosz nam vervolgens het trainerschap over en bouwde voort op die ontwikkeling met aanvallend en aantrekkelijk voetbal. In het seizoen 2013/14 boekte de ploeg onder meer een 2–6 overwinning op PSV en kroonde zij zich na zeventien speelronden tot winterkampioen. Terwijl Vitesse sportief bleef presteren, vonden achter de schermen opnieuw veranderingen plaats. In oktober 2013 droeg Zjordania de aandelen over aan de Russische miljardair Aleksandr Tsjigirinsk, die jarenlang de financiële tekorten aanvulde. Later nam Valeri Ojf die rol over.

Sfeerimpressie van de Theo Bos Zuid-tribune tijdens een groepswedstrijd in de UEFA Europa League.

Ook na de wisselingen van eigenaren zette Vitesse de opgaande lijn voort. Het grootste sportieve succes volgde in 2017, toen Vitesse onder trainer Henk Fraser voor het eerst in de clubgeschiedenis de KNVB Beker won dankzij een 2–0 overwinning op AZ, met beide doelpunten van Ricky van Wolfswinkel. De bekerwinst leverde de club niet alleen een plaats op in de strijd om de Johan Cruijff Schaal – die na strafschoppen van Feyenoord werd verloren – maar ook rechtstreekse plaatsing voor de groepsfase van de UEFA Europa League, die Vitesse voor het eerst in de clubgeschiedenis bereikte.

De sportieve successen kregen in de jaren daarna een vervolg. In 2021 bereikte de club onder Thomas Letsch opnieuw de bekerfinale, waarin Ajax met 2–1 te sterk was. Datzelfde jaar kende Vitesse een succesvol Europees seizoen in de UEFA Conference League. De Arnhemmers schakelden RSC Anderlecht uit in de voorronde, versloegen Tottenham Hotspur in de groepsfase, rekenden af met Rapid Wien in de knock-outfase en strandden in de achtste finales tegen de latere toernooiwinnaar AS Roma.

De grootste crisis in de geschiedenis van Vitesse (2022-2026)

[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf 2022 belandde Vitesse in een diepe financiële, bestuurlijke en juridische crisis. Na de Russische invasie van Oekraïne kwamen de Russische banden van de club onder een vergrootglas te liggen. Aandeelhouder Valeri Ojf deed daarop afstand van zijn aandelen en liet Vitesse schuldenvrij achter. De clubleiding zette vervolgens in op een overname door de Amerikaanse investeerder Coley Parry, tevens eigenaar van het Belgische Patro Eisden, maar die werd door de licentiecommissie van de KNVB afgewezen vanwege onvoldoende financiële transparantie. Parry bleef de club via leningen financieren, waardoor de schulden opliepen tot ruim 17 miljoen euro.

De aanhoudende conflicten met de KNVB bleven niet zonder sportieve gevolgen. Toen Vitesse onverwacht in een degradatiestrijd was beland, trad Phillip Cocu uit eigen beweging terug als hoofdtrainer, omdat hij vond dat de club een nieuwe impuls nodig had. Interim-trainer Edward Sturing maakte het seizoen af, maar door de achttien strafpunten die de club gedurende het seizoen kreeg opgelegd, degradeerde Vitesse na 35 jaar uit de Eredivisie. Kort daarna trok de KNVB ook de proflicentie in, maar na een succesvol beroep mocht Vitesse het seizoen daarop alsnog uitkomen in de Eerste Divisie, de huidige Keuken Kampioen Divisie. John van den Brom keerde in 2024 terug als trainer van Vitesse, maar door de opgelegde puntenstraffen eindigde de club ook haar eerste seizoen in de Keuken Kampioen Divisie als hekkensluiter.

Supportersspandoek tijdens de slotfase van seizoen 2024-2025, als steun in een uiterst onzekere periode.

In januari 2025 kwamen de aandelen in handen van vijf buitenlandse investeerders, nadat een schuld aan Parry was omgezet in aandelen. Toen de KNVB opnieuw dreigde de proflicentie in te trekken, presenteerden de Sterkhouders, een collectief van Arnhemse ondernemers, een reddingsplan om de club geleidelijk terug te brengen in Nederlandse handen. Desondanks trok de licentiecommissie de proflicentie in juli 2025 alsnog in. Daarmee dreigde voor Vitesse het einde van het betaald voetbal, terwijl ook een faillissement een reële mogelijkheid werd. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde echter dat die maatregel, gelet op de verstrekkende gevolgen voor Vitesse, niet in redelijke verhouding stond tot de verweten overtredingen, waardoor de club de proflicentie weer voorlopig terugkreeg.

De gevolgen van de licentiecrisis waren groot. In de periode waarin Vitesse de proflicentie kwijt was, konden vrijwel alle contractspelers transfervrij vertrekken, waardoor uiteindelijk nog slechts drie contractspelers overbleven, onder wie aanvoerder Alexander Büttner. Nadat het Gerechtshof had geoordeeld dat Vitesse de proflicentie voorlopig terug moest krijgen, stelde de club onder de nieuwe trainer Rüdiger Rehm, terwijl de competitie al vier speelrondes onderweg was, in hoog tempo een vrijwel volledig nieuwe selectie samen. Ondanks een puntenstraf van twaalf punten en een in allerijl samengesteld elftal bleef Vitesse tot de laatste speelronde in de race voor een periodetitel. Zonder puntenaftrek zou de club als zevende zijn geëindigd en zich rechtstreeks hebben geplaatst voor de play-offs.

In 2026 kwam er meer duidelijkheid over de toekomst van de club. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de KNVB en liet de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand. In dezelfde periode bereikten de Sterkhouders een akkoord met de vijf buitenlandse investeerders over de overname van hun aandelen. Daarop gaf de licentiecommissie groen licht voor de volledige overname, waarmee Vitesse definitief weer in Nederlandse handen kwam. Hoewel de bodemprocedure tussen Vitesse en de KNVB nog loopt, zijn de acute onzekerheden over het voortbestaan van de club daarmee verdwenen.

De Arnhemse wederopbouw (2026-heden)

[bewerken | brontekst bewerken]

Na de crisis richtte Vitesse zich op de sportieve wederopbouw. Met een jonge selectie en een sterke focus op de eigen jeugd werkte de club aan een terugkeer naar de Eredivisie.

Competitie Aantal Jaren
KNVB beker2017
Eerste divisie1977, 1989
Tweede divisie1966
Eerste klasse oost1897, 1898, 1903, 1913, 1914, 1915, 1953
Tweede klasse oost1923, 1941, 1944, 1946, 1950
Gelderse competitie1895, 1896
  • De bovenstaande erelijst heeft uitsluitend betrekking op de voetbalafdeling. Vitesse was oorspronkelijk een cricketvereniging en beschikte later ook over een atletiekafdeling, waarvan meerdere atleten nationale records vestigden en regionale atletiekprijzen behaalden.

Identiteit en symboliek

[bewerken | brontekst bewerken]

De identiteit van Vitesse is onlosmakelijk verbonden met Arnhem en Gelderland. Vanuit haar regionale wortels groeide de club uit tot een bekende naam in het Nederlandse profvoetbal. Vitesse wist zich lange tijd te handhaven in de nationale subtop en trad regelmatig aan op het Europese toneel. Door de jaren heen bleef de band met de stad en de provincie de constante factor. Regionale trots, sportieve ambitie en veerkracht vormen dan ook de kern van de club.

Die verbondenheid is vooral zichtbaar in het tenue. Aanvankelijk speelde Vitesse in de kleuren van Arnhem. Een wit shirt met een diagonale blauwe baan. In 1900 stapte de club over op een geel-zwart geblokt tenue, gebaseerd op de kleuren van Gelderland. Zeven jaar later maakten de blokken plaats voor de kenmerkende verticale strepen. Het gestreepte tenue was een schenking van speler en weldoener Reinhard Jan Christiaan baron van Pallandt, die als voorwaarde stelde dat Vitesse voor altijd in geel en zwart zou spelen. Voor de club verwezen deze kleuren naar Gelderland, terwijl ze voor Van Pallandt verbonden waren met zijn familiewapen. Tot op de dag van vandaag vormen de geel-zwarte strepen hét symbool van Vitesse.

Het clublogo van Vitesse veranderde in de loop der jaren meerdere malen, maar geel en zwart bleven steeds de vaste kleuren. Na de scheiding van de prof- en amateurafdeling in 1984 kreeg de profclub een logo met een dubbelkoppige adelaar, ontleend aan het stadswapen van Arnhem. Hoewel het ontwerp later verschillende keren werd aangepast, bleef de adelaar het centrale element. Samen met de geel-zwarte clubkleuren symboliseert deze de hechte band tussen Vitesse en Arnhem.

De adelaar speelt ook buiten het clublogo een belangrijke rol. Voorafgaand aan thuiswedstrijden vliegt traditioneel een arend over het veld van GelreDome. Sinds 2010 wordt deze traditie voortgezet door zeearend Hertog II. Voor de jongste supporters beschikt de Vitesse Kids Club sinds het begin van de jaren 2000 daarnaast over de mascotte Vito.

Overzicht van de uniformen van Vitesse door de geschiedenis heen:

Supporterscultuur

[bewerken | brontekst bewerken]
Supportershome van Supportersvereniging Vitesse

Vitesse heeft van oudsher een sterk regionale achterban. De meeste supporters komen uit Arnhem en de omliggende gemeenten. Ook in andere delen van Gelderland, waaronder de Betuwe, de Liemers, de Veluwe, de Gelderse Vallei en delen van de Stedendriehoek en de Achterhoek, kan de club op steun rekenen. Daarnaast heeft Vitesse aanhang in de aangrenzende Duitse regio Niederrhein, vooral in en rond Emmerik. Ook de geografische spreiding van de seizoenkaarthouders weerspiegelt dit regionale karakter.

Jaarlijks verkoopt Vitesse gemiddeld ongeveer 13.000 seizoenkaarten. In de afgelopen seizoenen trokken de thuiswedstrijden in GelreDome gemiddeld ruim 17.000 bezoekers. Bij topwedstrijden kan dit aantal oplopen tot circa 20.000. Door de afsluiting van enkele tribunedelen bedraagt de reguliere capaciteit momenteel ongeveer 18.000 plaatsen, maar voor bijzondere wedstrijden worden regelmatig extra vakken geopend. De fanatieke aanhang heeft haar vaste plaats op de Theo Bos Zuid-tribune.

De supporterscultuur rond Vitesse is actief en georganiseerd. De onafhankelijke Supportersvereniging Vitesse werd opgericht in 1992 en telt ongeveer 3.000 leden. De vereniging geeft het supportersblad Zwart op Geel uit en beschikt sinds 2015 over een eigen supportershome bij het stadion. De basis van de georganiseerde supporterscultuur werd al in de jaren zeventig gelegd door de Spijker-Side, de eerste fanatieke supportersgroep van de club. Later ontstonden andere groeperingen, waaronder Rijnfront. Met sfeeracties, spandoeken en tifo’s dragen zij bij aan de beleving in en rond het stadion.

Rivaliteiten en derby’s

[bewerken | brontekst bewerken]
Nicky Hofs tijdens een wedstrijd tegen NEC.

N.E.C. Nijmegen geldt als de belangrijkste rivaal van Vitesse. De wedstrijden tussen beide clubs staan bekend als de Gelderse derby en behoren tot de meest beladen affiches in het Nederlandse voetbal. Naast de geografische nabijheid van Arnhem en Nijmegen draait de rivaliteit om de vraag welke club zich op dat moment de nummer één van Gelderland mag noemen. Historisch gezien had Vitesse meestal de overhand. De Arnhemse club behoorde lange tijd tot de subtop van de Eredivisie, speelde regelmatig Europees voetbal en won in 2017 de KNVB Beker. N.E.C. kwam daarentegen vaak uit in het rechterrijtje of in de Eerste Divisie. In de jaren negentig wakkerde Vitesse-voorzitter Karel Aalbers de rivaliteit verder aan met zijn uitspraak dat er in Gelderland slechts plaats was voor één club.

Na de degradatie van Vitesse in 2024 werden de sportieve verhoudingen omgekeerd, wat de rivaliteit een nieuwe lading gaf. Het dreigende verlies van de proflicentie in 2025 leidde tot vreugde-uitingen onder een deel van de Nijmeegse aanhang. Toen Vitesse haar proflicentie uiteindelijk wist te behouden, volgden vanuit Arnhem verschillende ludieke tegenacties.

Ook met De Graafschap uit Doetinchem bestaat een regionale rivaliteit. De onderlinge ontmoetingen worden vaak de kleine Gelderse derby genoemd. Deze wedstrijden worden mede gekleurd door de traditionele tegenstelling tussen het stedelijke Arnhem en het plattelandseAchterhoek. Beide Gelderse derby’s weerspiegelen de sterke regionale identiteit van Vitesse en de strijd om de sportieve hegemonie binnen de provincie.

In eerdere perioden kende Vitesse ook andere beladen affiches. De wedstrijden tegen Arnhemse Boys stonden bekend als stadsderby’s, terwijl de ontmoetingen met FC Wageningen en VV Rheden vooral een regionaal karakter hadden. De duels met Quick 1888 werden mede gekleurd door de rivaliteit tussen Arnhem en Nijmegen. Wedstrijden tegen Go Ahead Eagles golden op hun beurt als ontmoetingen tussen twee vooraanstaande clubs uit het oosten van Nederland.

Vitesse kende door de jaren heen verschillende officiële clubliederen. Daarin staan de geel-zwarte clubkleuren, de band met Arnhem en de trots op de club centraal. Het eerste officiële clublied was Geel-zwart bovenaan, ja het kan, ja het moet! uit 1952. In de jaren zestig volgde Bouw mee aan een steengoed Vites!, geschreven door Pieter Nulden en gecomponeerd door de Arnhemse componist Johan Straus. In 2017 brachten voormalig stadionspeaker Martin Esveld en De Kwinks een vernieuwde versie uit.

In 1990 namen trainer Bert Jacobs en zijn spelers het door Emile Hartkamp geschreven Vitesse, Vitesse! (Kom ik zondags uit mijn bed…) op. Hartkamp schreef en zong later ook Geel en Zwart zijn onze kleuren, het huidige officiële clublied. Het nummer wordt voorafgaand aan thuiswedstrijden in GelreDome gedraaid en vormt een vast onderdeel van de wedstrijdbeleving.

Airborne-traditie

[bewerken | brontekst bewerken]
De jaarlijkse Airborne-wedstrijd.

De herinnering aan de Slag om Arnhem neemt een belangrijke plaats in binnen de clubcultuur van Vitesse. De gevechten tijdens Operatie Market Garden in september 1944 hebben de identiteit van Arnhem en de omliggende regio blijvend gevormd. Ook Vitesse werd rechtstreeks door de oorlog getroffen. Spelers moesten onderduiken, Joodse leden werden uitgesloten, het sportterrein raakte beschadigd en meerdere clubleden kwamen om het leven. Ter nagedachtenis aan hen staat tegenwoordig een gedenksteen op Papendal. Tijdens het vijftigjarig jubileum in 1942 vormden spelers op het veld bovendien een grote V, die door veel aanwezigen werd opgevat als een verwijzing naar het Victory-teken van Winston Churchill.

Sinds 2007 organiseert Vitesse rond de jaarlijkse herdenkingsdagen een speciale Airborne-wedstrijd. Het initiatief ontstond bij de Supportersvereniging Vitesse en groeide door samenwerking met de club en verschillende herdenkingsorganisaties uit tot een vaste traditie. Veteranen en hun families worden rond de wedstrijd als eregasten ontvangen. In en rond het stadion vinden ceremonies plaats met militaire eerbewijzen, doedelzakmuziek, vlaggen en grootschalige sfeeracties.

De spelers dragen tijdens de wedstrijd een speciaal Airbornetenue. Het ontwerp verschilt per editie en bevat vaak verwijzingen naar de Slag om Arnhem, zoals de John Frostbrug, het Pegasus-embleem of de tekst A Bridge Too Far. De herdenking wordt traditioneel afgesloten met het lied We'll Meet Again.

Een van de bekendste momenten vond plaats in 2013, toen Vitesse-aanvoerder Guram Kashia en de Britse veteraan Johnny Peters elkaar na de wedstrijd in GelreDome salueerden. Kashia schonk zijn Airborneshirt aan Peters, die het later overdroeg aan een museum in Engeland. Peters hielp de club jarenlang bij de ontvangst van veteranen en groeide uit tot een trouwe supporter van Vitesse. Na zijn overlijden op 8 augustus 2014 werd hij tijdens de zeventigste herdenking uitgebreid herdacht.

Door het afnemende aantal nog levende veteranen wordt de traditie steeds meer gedragen door nieuwe generaties. Daarmee vormt de jaarlijkse Airborne-wedstrijd niet alleen een eerbetoon aan de militairen en slachtoffers, maar ook een blijvend symbool van de verbondenheid tussen Vitesse, Arnhem en de geschiedenis van de regio.

Clubiconen van Vitesse

[bewerken | brontekst bewerken]
Borstbeeld van Mister Vitesse Theo Bos bij het trainingscomplex van Vitesse.

Vitesse kende door de jaren heen tal van spelers en trainers die een blijvende plaats in de clubgeschiedenis verwierven. Theo Bos en Henk Bosveld gelden als de belangrijkste clubiconen. Bos, bijgenaamd Mister Vitesse, speelde zijn volledige profcarrière voor de Arnhemse club en bleef ook daarna nauw bij Vitesse betrokken. Bosveld wordt beschouwd als een van de invloedrijkste spelers uit de clubgeschiedenis en werd in 1999 postuum door de supporters verkozen tot Vitessenaar van de Eeuw.

Ook Edward Sturing neemt een bijzondere positie in. Hij was gedurende een lange periode als speler, trainer en bestuurder aan Vitesse verbonden en werd in 2026 onderscheiden als Gouden Vitessenaar.

Tot de overige prominente Vitessenaren worden onder anderen Theo Janssen, John van den Brom, Nicky Hofs, Martin Laamers, Marc van Hintum, Davy Pröpper, Marco van Ginkel, Alexander Büttner, Ricky van Wolfswinkel, Piet Velthuizen, Remco van der Schaaf, Eloy Room, Guram Kashia, Dejan Čurović, Nikos Machlas, Sander Westerveld, Roy Makaay, Philip Cocu, Arco Jochemsen, Raimond van der Gouw, Huub Loeffen, Roberto Straal, Louis Laros, Marco De Marchi, Bert Jacobs, Bennie Hofs, Bosko Bursać, Frans de Munck, Sjaak Alberts, Jan Dommering, Just Göbel en Willem Hesselink gerekend.

Gouden en Zilveren Vitessenaren

[bewerken | brontekst bewerken]

Vitesse kent twee onderscheidingen voor personen die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de club. De eretitel Gouden Vitessenaar is bestemd voor mensen die een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd aan het voortbestaan en de ontwikkeling van Vitesse. Het gaat voornamelijk om oud-bestuurders en andere functionarissen die een belangrijke rol binnen de cluborganisatie vervulden. De titel werd toegekend aan Karel Aalbers, Jan Snellenburg, Herman Veenendaal, Kees Bakker, Edward Sturing, Martin Esveld, Cor Guijt, Arent Jager, Ton Ketting, Guus Kusse, Joop Mutgeert, Rein Papenburg, Bert Roetert, Johan Vink en Tobias Swelheim.

De onderscheiding Zilveren Vitessenaar wordt jaarlijks toegekend aan spelers, trainers, medewerkers of vrijwilligers die zich gedurende langere tijd voor de club hebben ingezet. Tot de ontvangers behoren onder anderen Jan Jongbloed, Willie Veenstra, Jan Streuer, Dik Herberts en Chris de Vries.

Speellocaties

[bewerken | brontekst bewerken]
Nieuw-Monnikenhuize
Stadion GelreDome

De wortels van Vitesse liggen op de Rijnkade in Arnhem, waar vanaf 1887 een groep jonge mannen cricket speelde. Uit dit gezelschap ontstond de Arnhemsche cricket- en voetbalvereeniging Vitesse. In de beginjaren speelde de vereniging achtereenvolgens op de weilanden nabij de Molenbeekstraat, in het nabijgelegen Velp, op landgoed Klarenbeek en op het Sport- en Tentoonstellingsterrein aan de Velperweg. Nadat het Sport- en Tentoonstellingsterrein verloren ging door de aanleg van een wielerbaan, werd de vereniging in november 1891 noodgedwongen opgeheven.

Op 14 mei 1892 werd Vitesse opnieuw opgericht. De vereniging speelde aanvankelijk op het terrein van de IJsclub achter de Boulevard Heuvelink in de Arnhemse wijk Spijkerkwartier. Tijdens de zomermaanden werd hier gecricket en in de lente en herfst gevoetbald. Tijdens de winter van 1893/94 stelde commandant Karel van der Heijden een speelveld in de Planten- en Vogeltuin en een naastgelegen weide op Landgoed Bronbeek beschikbaar. Omdat deze locatie niet geschikt was voor officiële wedstrijden, verhuisde Vitesse eind 1894 naar de Paasweide in De Praets, aan de zuidelijke oever van de Rijn. Hier speelde de club in 1895 haar eerste internationale voetbalwedstrijd tegen het Engelse Maidstone.

In 1896 keerde Vitesse terug naar Klarenbeek. De vereniging ging spelen op het middenterrein van de wielerbaan, waar zij uitgroeide tot een van de sterkste voetbalverenigingen van Nederland. Tot de verhuizing naar Monnikenhuize in 1915 bleef Klarenbeek de thuishaven van Vitesse. Tijdens de Olympische Zomerspelen van 1928 was het stadion een van de speellocaties van het olympisch voetbaltoernooi. Tijdens de Slag om Arnhem in 1944 liep het zware schade op. Hoewel de oorlogsschade grotendeels werd hersteld, besloot de gemeenteraad van Arnhem in 1948 een nieuw stadion voor Vitesse te bouwen.

Nieuw-Monnikenhuize werd op 3 september 1950 officieel geopend en was bijna een halve eeuw de thuishaven van Vitesse. Het stadion vormde het decor van de invoering van het betaald voetbal in 1954, drie promoties naar de Eredivisie en de eerste Europese thuiswedstrijden van de club. Toen Nieuw-Monnikenhuize aan het einde van de twintigste eeuw niet langer voldeed aan de eisen van het moderne betaald voetbal, ontstonden onder leiding van voorzitter Karel Aalbers plannen voor een nieuw stadion.

In 1996 begon de bouw van het GelreDome, dat op 25 maart 1998 officieel werd geopend. Sindsdien huurt Vitesse het multifunctionele stadion aan de zuidzijde van Arnhem, waar de club zijn thuiswedstrijden speelt. Bij de opening was het GelreDome het eerste stadion ter wereld met zowel een uitschuifbaar speelveld als een beweegbaar dak. Dankzij deze innovatieve voorzieningen kan het stadion naast voetbalwedstrijden ook worden gebruikt voor concerten en andere grootschalige evenementen. Tijdens voetbalwedstrijden biedt het stadion plaats aan 21.248 toeschouwers.

Onderstaande grafiek toont het gemiddelde aantal toeschouwers bij de thuiswedstrijden van Vitesse per seizoen. Na de verhuizing van Nieuw-Monnikenhuize naar het GelreDome in 1998 nam het gemiddelde bezoekersaantal aanzienlijk toe. De lagere gemiddelden in de seizoenen 2019/20 tot en met 2021/22 zijn het gevolg van de beperkende maatregelen tijdens de coronapandemie.

10.294
6.511
4.868
5.156
3.667
6.417
9.529
8.176
7.059
3.111
2.647
1.967
2.144
2.412
2.111
1.944
1.611
3.994
8.900
6.973
6.606
6.859
6.944
6.937
7.000
7.287
13.789
23.080
25.097
26.007
24.756
22.959
18.973
18.770
19.489
20.179
19.844
17.876
16.985
15.081
17.588
18.462
19.002
17.149
16.904
15.907
16.112
15.346
14.571
4.914
13.439
15.129
71/7272/7373/7474/7575/7676/7777/7878/7979/8080/8181/8282/8383/8484/8585/8686/8787/8888/8989/9090/9191/9292/9393/9494/9595/9696/9797/9898/9999/0000/0101/0202/0303/0404/0505/0606/0707/0808/0909/1010/1111/1212/1313/1414/1515/1616/1717/1818/1919/2020/2121/2222/23
Eredivisie
Eerste Divisie

Trainingscomplex

[bewerken | brontekst bewerken]
Trainingscomplex van Vitesse op Papendal

Tot de verhuizing naar het GelreDome in 1998 trainde Vitesse op de velden van zijn speellocaties. Na de ingebruikname van het GelreDome bleef Nieuw-Monnikenhuize nog enige tijd in gebruik voor de trainingen van het eerste elftal, oefenwedstrijden en jeugdwedstrijden. Na de sloop van het stadion in juni 1999 verhuisden de dagelijkse trainingen naar De Slenk, het in een verbouwde boerderij gevestigde trainingscomplex van Vitesse op Sportcentrum Papendal. Voor oefenwedstrijden en jeugdactiviteiten maakte de club daarnaast gebruik van de velden van SML.

In februari 2013 nam Vitesse een nieuw trainingscomplex op Papendal in gebruik. Sindsdien trainen zowel het eerste elftal als de jeugdopleiding op deze locatie. Hoewel Vitesse zijn thuiswedstrijden speelt in het gehuurde GelreDome, vormt het eigen trainingscomplex op Papendal de centrale thuisbasis van de club. Hier zijn de cluborganisatie, de jeugdopleiding en het eerste elftal gevestigd, waardoor het complex geldt als het kloppend hart van Vitesse. Het beschikt over vijf voetbalvelden, kantoren, medische ruimtes, kleedkamers en een kantine. De hoofdtribune biedt plaats aan 500 toeschouwers.

Betaaldvoetbalorganisatie

[bewerken | brontekst bewerken]
Naam Aandelen
Aandeelhouder
Sterkhouders Vitesse Arnhem B.V.100%
Naam Nationaliteit Sinds
Sterkhouders Vitesse Arnhem B.V.
Robert KramerVlag van Nederland NederlandMei 2026
Arthur LeendersVlag van Nederland NederlandMei 2026
Wolf NathanVlag van Nederland NederlandMei 2026
Ronald RuijtenbergVlag van Nederland NederlandMei 2026
Naam Nationaliteit Sinds
Raad van Commissarissen
Claudia LapVlag van Nederland NederlandOktober 2025
Jan Herman de BaasVlag van Nederland NederlandOktober 2025
Dennis CollyVlag van Nederland NederlandMei 2026
Naam Nationaliteit Sinds
Stichting SBV Vitesse-Arnhem
Simone SandersVlag van Nederland NederlandJanuari 2024
Leendert CombeeVlag van Nederland NederlandAugustus 2024
Edward SturingVlag van Nederland NederlandMaart 2025
Naam Nationaliteit Sinds
Raad van Advies
Cor GuijtVlag van Nederland NederlandOnbekend
Jan SnellenburgVlag van Nederland NederlandOnbekend
Bert RoetertVlag van Nederland Nederland2016
Naam Nationaliteit Functie Sinds
Directie Vitesse B.V.
Willem van der LindenVlag van Nederland NederlandAlgemeen directeurAugustus 2026
Sebastiaan van der SmanVlag van Nederland NederlandHoofd Operationele Voetbalzaken; coördineert het technisch hart (met Edward Sturing, Theo Janssen en Rüdiger Rehm)Oktober 2025

Bestuur en eigendom

[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds de oprichting van de vereniging is Vitesse geleid door verschillende voorzitters, directeuren, bestuurders en eigenaren. De eerste voorzitter was medeoprichter Frans Dezentjé. Willem Hesselink bekleedde het voorzitterschap van 1917 tot 1922 en werd in 1962 benoemd tot erevoorzitter. Tot de meest invloedrijke bestuurders en eigenaren behoren onder anderen Chris Engelberts, Karel Aalbers, Jos Vaessen, Maasbert Schouten, Merab Jordania en Valeri Ojf. Sinds 2026 zijn de aandelen van de club ondergebracht in Sterkhouders Vitesse Arnhem B.V.

Zie Lijst van voorzitters van Vitesse voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Eerste elftal

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Vitesse in het seizoen 2025/26 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Nr. Nat. Naam Contract Vorige club
Doelmannen
1Vlag van NederlandConnor van den Berg2027Vlag van Nederland Willem II
23Vlag van NederlandJayden SieckeramaVlag van Nederland Eigen jeugd
25Vlag van CuraçaoTyrick Bodak2027Vlag van Nederland SC Telstar
31Vlag van DuitslandMaximilian Brüll2027Vlag van Duitsland Borussia Mönchengladbach
Verdedigers
2Vlag van NederlandSolomon Bonnah2027Vlag van Oostenrijk Austria Klagenfurt
14Vlag van NederlandOmar Achouitar2028Vlag van Nederland Eigen jeugd
17Vlag van KosovoValon Zumberi2027Vlag van Duitsland Hamburger SV
22Vlag van NederlandXiamaro Thenu2027Vlag van Nederland Eigen jeugd
24Vlag van CuraçaoNathangelo Markelo2029Vlag van Bulgarije FK Hebar Pazardzjik
28Vlag van NederlandAlexander Büttner2028Vlag van Nederland De Graafschap
40Vlag van CuraçaoJillian Bernardina2027Vlag van Nederland NEC
41Vlag van NederlandTom Vlietstra2027Vlag van Nederland Eigen jeugd
43Vlag van NederlandChiel Olde Keizer2027Vlag van Nederland FC Dordrecht
46Vlag van NederlandHylke van der Mast2027Vlag van Nederland FC Utrecht
55Vlag van NederlandMarcus Steffen2028Vlag van Nederland Eigen jeugd
Middenvelders
6Vlag van DuitslandMarco Schikora2028Vlag van Duitsland SV Sandhausen
8Vlag van DuitslandRicardo-Felipe Schwarz2027Vlag van Duitsland Werder Bremen
11Vlag van IsraëlYuval Ranon2027Vlag van Duitsland Werder Bremen
33Vlag van NederlandMathijs Marschalk2028Vlag van Nederland Eigen jeugd
34Vlag van NederlandYoussef Ouallil2029Vlag van Nederland Eigen jeugd
38Vlag van NederlandKoen te Veluwe2027Vlag van Nederland Eigen jeugd
42Vlag van NederlandTeun Bosch2027Vlag van Nederland NEC
Aanvallers
7Vlag van NederlandNino Zonneveld2028Vlag van Nederland Eigen jeugd
9Vlag van NederlandNaoufal Bannis2027Vlag van Qatar Al-Markhiya SC
13Vlag van PortugalJoão Pinto2027Vlag van Duitsland 1. FC Köln
20Vlag van ZwitserlandFilipe de Carvalho2028Vlag van Zwitserland FC Rapperswil-Jona
21Vlag van NederlandAyman Sellouf2027Vlag van Canada Cavalry FC
27Vlag van DuitslandEduard Probst2028Vlag van Duitsland SV Rödinghausen
39Vlag van NederlandFabian Huetink2028Vlag van Nederland Eigen jeugd

Laatste update: 5 augustus 2026

Technische staf

[bewerken | brontekst bewerken]
Naam Nationaliteit Functie Sinds Contract Vorige club
Technische Staf
Rüdiger RehmVlag van DuitslandHoofdtrainer20252026Vlag van Duitsland SG Sonnenhof Großaspach
Nicky KuiperVlag van NederlandAssistent-Trainer20242026Vlag van Nederland FC Twente / Heracles Academie
Tim FahrionVlag van DuitslandAssistent-Trainer20252026Vlag van Duitsland SG Sonnenhof Großaspach
Rein BaartVlag van NederlandKeeperstrainer20262028Vlag van Nederland FC Twente
Erwin MulderVlag van NederlandTeammanager20252026Vlag van Nederland Go Ahead Eagles

Laatste update: 16 september 2025

Voormalige spelers

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Lijst van spelers van Vitesse voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Voormalige trainers

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Lijst van trainers van Vitesse voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Jeugdopleiding

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Vitesse Voetbal Academie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De jeugdopleiding van Vitesse, ook wel de Vitesse Voetbal Academie genoemd, speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van talenten voor het eerste elftal. De opleiding omvat de leeftijdscategorieën Onder 11 tot en met Onder 21 en is door de KNVB gecertificeerd als internationale academie met een maximale beoordeling van vier sterren. Bekende jeugdexponenten zijn onder anderen Alexander Büttner, Kevin Diks, Marco van Ginkel, Nicky Hofs, Theo Janssen, Roy Makaay, Davy Pröpper, Eloy Room, Stijn Schaars, Piet Velthuizen, Ricky van Wolfswinkel, Million Manhoef en Miliano Jonathans.

Via de jeugdopleiding onderhoudt Vitesse samenwerkingsverbanden met diverse amateurverenigingen in Gelderland, waaronder AGOVV, DTS Ede, DVV Duiven, ESA Rijkerswoerd, SML, SV Spero en VVO.

Overzichtslijsten

[bewerken | brontekst bewerken]

Vitesse in de kampioenscompetitie

[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds 1898 werd er gestreden om het Nederlands landskampioenschap. Aanvankelijk werd de titel beslist via een finale tussen de kampioenen van de regionale competities. Later werd hiervoor een kampioenscompetitie ingevoerd, waarin de kampioenen van de verschillende afdelingen het tegen elkaar opnamen. Na de invoering van het betaald voetbal in 1954 bleef dit systeem nog enkele jaren bestaan, totdat in het seizoen 1956/57 de Eredivisie werd ingevoerd. Sindsdien wordt de landskampioen bepaald door de eindstand van de hoogste divisie.

Vitesse behoorde in de eerste helft van de twintigste eeuw regelmatig tot de sterkste clubs van Nederland en plaatste zich in totaal zes keer voor de eindstrijd om de landstitel. De eerste kans op een Nederlands kampioenschap kreeg de club in 1898. Als kampioen van het oosten nam Vitesse het in Utrecht op tegen RAP uit Amsterdam. De Arnhemmers verloren de finale met 4–2, waardoor RAP zich de eerste officiële landskampioen van Nederland mocht noemen.

Ook in de daaropvolgende jaren bleef Vitesse meestrijden om de hoogste eer. In het seizoen 1902/03 nam de club deel aan de eerste kampioenscompetitie uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis, die uiteindelijk werd gewonnen door HVV uit Den Haag. Tien jaar later kwam Vitesse opnieuw dicht bij een landstitel. Als kampioen van het oosten trof de club in het seizoen 1912/13 Sparta Rotterdam in twee beslissingswedstrijden om het landskampioenschap. Beide duels gingen echter verloren, waardoor de titel naar de Rotterdammers ging. Ook in de seizoenen 1913/14 en 1914/15 plaatste Vitesse zich voor de kampioenscompetitie, maar opnieuw bleef een landstitel buiten bereik.

De laatste deelname aan de eindstrijd om het landskampioenschap volgde in het seizoen 1952/53, kort voor de invoering van het betaald voetbal. Vitesse nam het daarin op tegen FC Eindhoven, Sparta Rotterdam en RCH. De Arnhemse club eindigde als laatste, terwijl RCH zich na een beslissingswedstrijd tegen FC Eindhoven tot landskampioen kroonde.

Hoewel Vitesse nooit landskampioen werd, behoorde de club ook na de invoering van de Eredivisie regelmatig tot de Nederlandse subtop. De hoogste eindklassering werd behaald in het seizoen 1997/98, toen de Arnhemmers als derde eindigden. In het seizoen 2013/14 ging Vitesse bovendien als herfstkampioen de winterstop in, maar eindigde de club uiteindelijk als zesde.

Vitesse in competitieverband

[bewerken | brontekst bewerken]
  • 18951e
    Gelderse Competitie NVB
  • 18961e
    Gelderse Competitie NVB
  • 18971e
    Eerste klasse
  • 18981e
    Eerste klasse
  • 18993e
    Eerste klasse
  • 19004e
    Eerste klasse
  • 19014e
    Eerste klasse
  • 19025e
    Eerste klasse
  • 19031e
    Eerste klasse
  • 19042e
    Eerste klasse
  • 19052e
    Eerste klasse
  • 19064e
    Eerste klasse
  • 19076e
    Eerste klasse
  • 19085e
    Eerste klasse
  • 19092e
    Eerste klasse
  • 19105e
    Eerste klasse
  • 19113e
    Eerste klasse
  • 19126e
    Eerste klasse
  • 19131e
    Eerste klasse
  • 19141e
    Eerste klasse
  • 19151e
    Eerste klasse
  • 19166e
    Eerste klasse
  • 19177e
    Eerste klasse
  • 19188e
    Eerste klasse
  • 19198e
    Eerste klasse
  • 19208e
    Eerste klasse
  • 19214e
    Eerste klasse
  • 192210e
    Eerste klasse
  • 19231e
    Tweede klasse B
  • 19245e
    Eerste klasse
  • 19253e
    Eerste klasse
  • 19264e
    Eerste klasse
  • 19275e
    Eerste klasse
  • 19288e
    Eerste klasse
  • 19296e
    Eerste klasse
  • 19308e
    Eerste klasse
  • 19319e
    Eerste klasse
  • 19326e
    Eerste klasse
  • 19333e
    Eerste klasse
  • 19345e
    Eerste klasse
  • 193510e
    Eerste klasse
  • 19362e
    Tweede klasse B
  • 19372e
    Tweede klasse B
  • 19383e
    Tweede klasse B
  • 19392e
    Tweede klasse B
  • 19405e
    Noodcompetitie
  • 19411e
    Tweede klasse C
  • 19422e
    Tweede klasse C
  • 19434e
    Tweede klasse C
  • 19441e
    Tweede klasse C
  • 1945
  • 19461e
    Tweede klasse B
  • 194710e
    Eerste klasse
  • 194811e
    Eerste klasse
  • 19493e
    Tweede klasse B
  • 19501e
    Tweede klasse C
  • 19519e
    Eerste klasse B
  • 19525e
    Eerste klasse B
  • 19531e
    Eerste klasse B
  • 19546e
    Eerste klasse B

In elke staaf van de grafiek staat van boven naar beneden vermeld:

  • Eindnotering
Dit is de positie die de club heeft bereikt in de competitie, zonder eventuele beslissings-, play-off- of nacompetitiewedstrijden die nodig zijn geweest om bijvoorbeeld de kampioen van de competitie te bepalen.
Indien een * achter het getal staat is de notering een tussenstand en kan het zijn dat de notering niet overeenkomt met de uiteindelijke eindstand van de competitie.
Staat er een - dan is het seizoen nog bezig en is er geen definitieve uitslag bekend.
Staat er xx op de positie van de notering, dan heeft de club vroegtijdig de competitie verlaten. Dit kan onder andere komen door terugtrekking van het team, faillissement van de club of door een uitgedeelde straf van de KNVB. In veel gevallen staat elders in het artikel de reden vermeld.
Staat er een ? dan is het resultaat uit het verleden onbekend, en is alleen de competitie of het niveau bekend van dat seizoen.
In de seizoenen 2019/20 en 2020/21 werd wegens de coronacrisis het amateurvoetbal afgebroken. Daardoor kennen deze staven geen eindklassering (middels -- weergegeven).
  • Competitieniveau en afdelingsletter of Officiële eindstand Eredivisie
    • Competitieniveau en afdelingsletter
    Hierbij geeft het getal het niveau weer, dat ook terug te vinden is in de legenda. De letter is de afdelingsaanduiding en wordt gebruikt wanneer er meer afdelingen zijn op hetzelfde niveau. De afdelingsletter is altijd een hoofdletter en wordt meestal zonder nummer gebruikt.
    Voorbeeld: 2F is niveau 2e klasse competitie F.
    Het competitieniveau en nummer wordt niet vermeld wanneer er slechts één competitie van dit niveau was.
    • Officiële eindstand Eredivisie (getal staat tussen haakjes vermeld)
    Sinds de introductie van play-offwedstrijden voor Europees voetbal na afloop van de reguliere competitie in 2005/06, is de KNVB verplicht een eindstand van de Eredivisie door te geven aan de UEFA aan de hand van deze play-offwedstrijden.
    Bij deze eindstand staan clubs die zich hebben gekwalificeerd voor Europees voetbal hoger dan clubs die zich niet wisten te kwalificeren. Indien er geen verschil was tussen de eindnotering en de officiële eindstand, staat dit getal niet vermeld.
  • Onderafdeling
Hier staat afgekort de naam van de onderafdeling indien de club in dat jaar in een onderafdeling uitkwam. Tevens staat deze afkorting in de legenda en wordt gelinkt naar het artikel over deze onderafdeling. Deze afkorting wordt alleen vermeld wanneer de club in het verleden in verschillende onderafdelingen heeft gespeeld. Deze vermelding is in de staaf altijd in kleine letters. Deze onderafdelingen zijn na het seizoen 1995/96 afgeschaft. Heeft de club in slechts één onderafdeling gespeeld, dan is dit alleen terug te vinden in de legenda.

Onder de staaf staat het jaartal vermeld waarin het seizoen is afgesloten. 15 verwijst naar het seizoen 2014/15 of eventueel het seizoen 1914/15.

Wanneer een staaf leeg is, zijn deze gegevens niet bekend. Het kan ook zijn dat de club dat seizoen niet heeft meegespeeld op het hogere amateurniveau, vroegtijdig de competitie heeft verlaten of uit de competitie is gezet.
In het seizoen 1944/45 was er wegens de Tweede Wereldoorlog geen regulier competitievoetbal.


Opmerking: In de 1e klasse en lager spelen de clubs in districten. Deze districten staan niet vermeld in de grafiek.
  • Tijdens de mobilisatie en bezetting wordt er in het seizoen 1939/1940 een regionale noodcompetitie gespeeld met tegenstanders uit verschillende klassen.
  • Door de Tweede Wereldoorlog speelde Vitesse in het seizoen 1944/1945 geen wedstrijden in competitieverband.
  • 19558e
    Eerste klasse (prof) C
  • 195615e
    Hoofdklasse (prof) A
  • 19577e
    Eerste divisie B
  • 19585e
    Eerste divisie A
  • 195910e
    Eerste divisie B
  • 19602e
    Eerste divisie A
  • 19614e
    Eerste divisie A
  • 196210e
    Eerste divisie A
  • 19636e
    Tweede divisie A
  • 19649e
    Tweede divisie B
  • 19654e
    Tweede divisie A
  • 19661e
    Tweede divisie A
  • 19678e
    Eerste divisie
  • 19685e
    Eerste divisie
  • 19693e
    Eerste divisie
  • 19707e
    Eerste divisie
  • 19713e
    Eerste divisie
  • 197218e
    Eredivisie
  • 19733e
    Eerste divisie
  • 19742e
    Eerste divisie
  • 19753e
    Eerste divisie
  • 19765e
    Eerste divisie
  • 19771e
    Eerste divisie
  • 19789e
    Eredivisie
  • 197914e
    Eredivisie
  • 198017e
    Eredivisie
  • 19818e
    Eerste divisie
  • 19828e
    Eerste divisie
  • 198310e
    Eerste divisie
  • 198411e
    Eerste divisie
  • 198517e
    Eerste divisie
  • 19868e
    Eerste divisie
  • 19877e
    Eerste divisie
  • 19889e
    Eerste divisie
  • 19891e
    Eerste divisie
  • 19904e
    Eredivisie
  • 19915e
    Eredivisie
  • 19924e
    Eredivisie
  • 19934e
    Eredivisie
  • 19944e
    Eredivisie
  • 19956e
    Eredivisie
  • 19965e
    Eredivisie
  • 19975e
    Eredivisie
  • 19983e
    Eredivisie
  • 19994e
    Eredivisie
  • 20004e
    Eredivisie
  • 20016e
    Eredivisie
  • 20025e
    Eredivisie
  • 200314e
    Eredivisie
  • 200416e
    Eredivisie
  • 20057e
    Eredivisie
  • 200611e (10e)
    Eredivisie
  • 200712e (10e)
    Eredivisie
  • 200812e
    Eredivisie
  • 200910e
    Eredivisie
  • 201014e
    Eredivisie
  • 201115e
    Eredivisie
  • 20127e (6e)
    Eredivisie
  • 20134e
    Eredivisie
  • 20146e (8e)
    Eredivisie
  • 20155e (4e)
    Eredivisie
  • 20169e
    Eredivisie
  • 20175e
    Eredivisie
  • 20186e (5e)
    Eredivisie
  • 20195e (6e)
    Eredivisie
  • 20207e
    Eredivisie
  • 20214e
    Eredivisie
  • 20226e
    Eredivisie
  • 202310e
    Eredivisie
  • 202418e
    Eredivisie
  • 202520e
    Eerste divisie
  • 202615e
    Eerste divisie

In elke staaf van de grafiek staat van boven naar beneden vermeld:

  • Eindnotering
Dit is de positie die de club heeft bereikt in de competitie, zonder eventuele beslissings-, play-off- of nacompetitiewedstrijden die nodig zijn geweest om bijvoorbeeld de kampioen van de competitie te bepalen.
Indien een * achter het getal staat is de notering een tussenstand en kan het zijn dat de notering niet overeenkomt met de uiteindelijke eindstand van de competitie.
Staat er een - dan is het seizoen nog bezig en is er geen definitieve uitslag bekend.
Staat er xx op de positie van de notering, dan heeft de club vroegtijdig de competitie verlaten. Dit kan onder andere komen door terugtrekking van het team, faillissement van de club of door een uitgedeelde straf van de KNVB. In veel gevallen staat elders in het artikel de reden vermeld.
Staat er een ? dan is het resultaat uit het verleden onbekend, en is alleen de competitie of het niveau bekend van dat seizoen.
In de seizoenen 2019/20 en 2020/21 werd wegens de coronacrisis het amateurvoetbal afgebroken. Daardoor kennen deze staven geen eindklassering (middels -- weergegeven).
  • Competitieniveau en afdelingsletter of Officiële eindstand Eredivisie
    • Competitieniveau en afdelingsletter
    Hierbij geeft het getal het niveau weer, dat ook terug te vinden is in de legenda. De letter is de afdelingsaanduiding en wordt gebruikt wanneer er meer afdelingen zijn op hetzelfde niveau. De afdelingsletter is altijd een hoofdletter en wordt meestal zonder nummer gebruikt.
    Voorbeeld: 2F is niveau 2e klasse competitie F.
    Het competitieniveau en nummer wordt niet vermeld wanneer er slechts één competitie van dit niveau was.
    • Officiële eindstand Eredivisie (getal staat tussen haakjes vermeld)
    Sinds de introductie van play-offwedstrijden voor Europees voetbal na afloop van de reguliere competitie in 2005/06, is de KNVB verplicht een eindstand van de Eredivisie door te geven aan de UEFA aan de hand van deze play-offwedstrijden.
    Bij deze eindstand staan clubs die zich hebben gekwalificeerd voor Europees voetbal hoger dan clubs die zich niet wisten te kwalificeren. Indien er geen verschil was tussen de eindnotering en de officiële eindstand, staat dit getal niet vermeld.
  • Onderafdeling
Hier staat afgekort de naam van de onderafdeling indien de club in dat jaar in een onderafdeling uitkwam. Tevens staat deze afkorting in de legenda en wordt gelinkt naar het artikel over deze onderafdeling. Deze afkorting wordt alleen vermeld wanneer de club in het verleden in verschillende onderafdelingen heeft gespeeld. Deze vermelding is in de staaf altijd in kleine letters. Deze onderafdelingen zijn na het seizoen 1995/96 afgeschaft. Heeft de club in slechts één onderafdeling gespeeld, dan is dit alleen terug te vinden in de legenda.

Onder de staaf staat het jaartal vermeld waarin het seizoen is afgesloten. 15 verwijst naar het seizoen 2014/15 of eventueel het seizoen 1914/15.

Wanneer een staaf leeg is, zijn deze gegevens niet bekend. Het kan ook zijn dat de club dat seizoen niet heeft meegespeeld op het hogere amateurniveau, vroegtijdig de competitie heeft verlaten of uit de competitie is gezet.
In het seizoen 1944/45 was er wegens de Tweede Wereldoorlog geen regulier competitievoetbal.


Opmerking: In de 1e klasse en lager spelen de clubs in districten. Deze districten staan niet vermeld in de grafiek.
  • In het kader van de coronacrisis werd de competitie van 2019/2020 abrupt beëindigd en niet meer uitgespeeld.

Vitesse in het bekertoernooi en Johan Cruijff Schaal

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Vitesse in het bekertoernooi voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
18.500 Vitesse-fans in De Kuip tijdens de KNVB Bekerfinale.

Vitesse heeft sinds de invoering van het Nederlandse bekertoernooi in 1899 vijf keer de finale van de KNVB Beker bereikt. Daarvan werd er één gewonnen en gingen er vier verloren.

De eerste bekerfinale speelde Vitesse op 26 mei 1912 tegen HFC Haarlem in Amsterdam. De Haarlemmers wonnen de wedstrijd met 2–0. Vijftien jaar later bereikte Vitesse opnieuw de eindstrijd. Op eigen terrein, Monnikenhuize, verloor de club met 3–1 van VUC. Bij een stand van 1–1 miste Jan de Natris een strafschop voor Vitesse.

Pas in 1990 stond Vitesse weer in een bekerfinale. In de Kuip verloor de ploeg met 1–0 van PSV. Vlak voor het einde van de wedstrijd kreeg Vitesse nog de kans om langszij te komen, maar PSV-doelman Hans van Breukelen stopte een strafschop van John van den Brom.

De grootste bekerprestatie uit de clubgeschiedenis volgde op 30 april 2017. In het jubileumjaar van het 125-jarig bestaan versloeg Vitesse AZ met 2–0 dankzij twee doelpunten van Ricky van Wolfswinkel. Daarmee won de club voor het eerst een grote nationale prijs.

De meest recente bekerfinale werd gespeeld op 18 april 2021 tegen Ajax. Nadat Ryan Gravenberch Ajax op voorsprong had gezet, maakte Loïs Openda de gelijkmaker voor Vitesse. Vijf minuten voor tijd kreeg Jacob Rasmussen een rode kaart, waardoor de Arnhemmers met tien man verder moesten. In blessuretijd maakte David Neres de winnende treffer voor Ajax, waardoor Vitesse de finale met 2–1 verloor.

Finales om de KNVB beker

[bewerken | brontekst bewerken]
Seizoen Tegenstander Uitslag Plaats Datum
1912 HFC Haarlem 0-2 R.A.P.-terrein, Amsterdam 26 mei
1927 VUC 1-3 Monnikenhuize, Arnhem 19 juni
1990 PSV 0-1 Stadion Feijenoord, Rotterdam 25 april
2017 AZ 2-0 Stadion Feijenoord, Rotterdam 30 april
2021 Ajax 1-2 Stadion Feijenoord, Rotterdam 18 april

Na het winnen van de KNVB Beker nam Vitesse op 5 augustus 2017 deel aan de Johan Cruijff Schaal tegen landskampioen Feyenoord. Jens Toornstra zette de Rotterdammers al vroeg op voorsprong, waarna Alexander Büttner na tussenkomst van de videoscheidsrechter uit een strafschop de gelijkmaker maakte. Na een 1–1 gelijkspel werd de wedstrijd voor het eerst in de geschiedenis van de Johan Cruijff Schaal beslist via een strafschoppenserie. Daarin was Feyenoord met 4–2 te sterk.

Finales om de Johan Cruijff Schaal

[bewerken | brontekst bewerken]
Jaar Tegenstander Uitslag Plaats Datum
2017 Feyenoord 1-1 (2-4 pen.) Stadion Feijenoord, Rotterdam 5 augustus

Vitesse in Europa

[bewerken | brontekst bewerken]

Al lang voordat Vitesse zijn debuut maakte in een officieel Europees toernooi, zocht de club al geregeld de internationale ontmoeting op. Zo organiseerde Vitesse in 1895 op de Paasweide de eerste internationale voetbalwedstrijd op Nederlandse bodem. Een Oostelijk elftal, met daarin meerdere spelers van Vitesse, nam het die dag op tegen het Engelse Maidstone. Vier jaar later schreef de club opnieuw een klein stukje voetbalgeschiedenis. Op 15 januari 1899 werd Vitesse de eerste Nederlandse voetbalvereniging die een wedstrijd in Duitsland speelde. In Duisburg wonnen de Arnhemmers met 0–6 van Duisburger TfE 1848. Ook in de decennia daarna bleef Vitesse regelmatig vriendschappelijke wedstrijden tegen buitenlandse clubs spelen.

Een eerste kennismaking met internationaal toernooivoetbal volgde in 1978, toen Vitesse deelnam aan de Intertoto Cup. Het toernooi werd destijds echter nog niet onder auspiciën van de UEFA georganiseerd, waardoor deze wedstrijden niet tot de officiële Europese duels van de club worden gerekend. Daarvoor moest Vitesse nog ruim tien jaar wachten.

In het seizoen 1990/91 was het uiteindelijk zover. Tegen het Noord-Ierse Derry City maakte Vitesse zijn officiële Europese debuut in de UEFA Cup. Het bleef niet bij een eenmalig avontuur. In de jaren negentig groeiden de Arnhemmers uit tot een regelmatige deelnemer aan het Europese voetbal. Zowel in 1990/91 als in 1992/93 bereikte Vitesse de derde ronde van de UEFA Cup. Daarin vormden respectievelijk Sporting CP en Real Madrid het eindstation. Ook in de jaren daarna bracht het Europese voetbal aansprekende clubs naar Arnhem, waaronder Parma, Internazionale, Sporting Braga, Girondins de Bordeaux en Rapid Boekarest.

Een van de meest memorabele hoofdstukken uit die Europese geschiedenis werd geschreven in het seizoen 2002/03. In de tweede ronde van de UEFA Cup schakelde Vitesse Werder Bremen uit dankzij een spectaculaire comeback in Duitsland. De wedstrijd groeide onder supporters uit tot Het wonder van Bremen. In de daaropvolgende ronde wachtte opnieuw een Europese grootmacht, maar ditmaal bleek Liverpool FC te sterk.

Daarna duurde het enige tijd voordat Vitesse zich opnieuw nadrukkelijk op het Europese toneel liet gelden. De club nam wel meerdere keren deel aan de voorronden van de UEFA Europa League, maar strandde daarin onder meer tegen Anzji Machatsjkala en Southampton FC. De bekerwinst van 2017 betekende een belangrijke doorbraak. Voor het eerst plaatste Vitesse zich rechtstreeks voor de groepsfase van een Europees hoofdtoernooi.

Het voorlopige hoogtepunt volgde vier jaar later, in het seizoen 2021/22. Nadat Anderlecht in de voorronden was uitgeschakeld, bereikte Vitesse de groepsfase van de UEFA Europa Conference League. Daarin zorgde de club met een overwinning op Tottenham Hotspur FC voor een van de grootste Europese stunts uit de clubgeschiedenis. Als nummer twee van de groep plaatsten de Arnhemmers zich voor de volgende ronde, waarin ook Rapid Wien werd uitgeschakeld. Daarmee bereikte Vitesse voor het eerst de achtste finales van een Europees hoofdtoernooi. AS Roma bleek daarin uiteindelijk te sterk. Daarmee kwam een einde aan het succesvolste Europese seizoen uit de clubgeschiedenis.

Zie Lijst van Europese wedstrijden van SBV Vitesse voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
BekertoernooiDeelname in seizoenen:
Europa League/UEFA Cup1990/91, 1992/93, 1993/94, 1994/95, 1997/98, 1998/99, 1999/00, 2000/01, 2002/03, 2012/13, 2013/14, 2015/16, 2017/18, 2018/19
Europa Conference League2021/22
Zomer Cup1978/79

UEFA rank sinds 1968

[bewerken | brontekst bewerken]

In onderstaand schema wordt per jaargang de UEFA ranking van Vitesse vermeld.

_____
145
144
78
66
43
60
58
75
85
83
87
85
74
84
97
120
120
_____
154
155
166
163
170
176
154
156
144
104
102
91
72
68-90919293949596979899000102030405060708-1213141516171819202122232425
Legenda
Vitesse speelde deze jaargang Europees voetbal
Vitesse speelde deze jaargang geen Europees voetbal
Toekomstige ranking op basis van huidige coëfficiënten
Vitesse had in deze periode geen UEFA ranking
Seizoen nog gaande

Records & Statistieken

[bewerken | brontekst bewerken]

Topscorers aller tijden

[bewerken | brontekst bewerken]

Jan Dommering speelde tussen 1929 en 1936 en tussen 1945 en 1948 in het eerste elftal van Vitesse. Tijdens zijn studie in Frankrijk kwam hij uit voor OGC Nice, waarvoor hij tussen 1938 en 1939 speelde. Door zijn doelpuntenproductie kreeg hij daar de bijnamen "La Tulipe" en "Le diable de Dommering". Met 160 doelpunten is Dommering nog altijd de topscorer aller tijden van Vitesse.

Naam Nationaliteit doelpunten
Jan Dommering Vlag van Nederland Nederland 160
John van den Brom Vlag van Nederland Nederland 111
Gerrit Langeler Vlag van Nederland Nederland 86
Henk Bosveld Vlag van Nederland Nederland 81
Kees Meeuwsen Vlag van Nederland Nederland 80

Topscorers eredivisie

[bewerken | brontekst bewerken]

Matthew Amoah speelde van 1998 tot 2005 voor Vitesse en groeide in die periode uit tot een van de meest productieve aanvallers in de clubgeschiedenis. In totaal maakte hij 61 competitiedoelpunten voor Vitesse, waarmee hij nog altijd clubtopscorer van de Arnhemmers in de Eredivisie is. Eind 2005 maakte Amoah de overstap naar Borussia Dortmund, maar zijn naam blijft onlosmakelijk verbonden met zijn succesvolle jaren bij Vitesse. Daarmee volgde hij in Arnhem het spoor van onder anderen Nikos Machlas, die met 60 doelpunten en als Europees topscorer in 1999 eveneens een van de meest iconische spitsen uit de clubgeschiedenis werd.

Naam Nationaliteit doelpunten
Matthew Amoah Vlag van Ghana Ghana 61
John van den Brom Vlag van Nederland Nederland 60
Nikos Machlas Vlag van Griekenland Griekenland 60
Wilfried Bony Vlag van Ivoorkust Ivoorkust 46
Roy Makaay Vlag van Nederland Nederland 42
Bryan Linssen Vlag van Nederland Nederland 42

Meeste gespeelde competitiewedstrijden

[bewerken | brontekst bewerken]

Theo Bos speelde tussen 1983 en 1998 voor Vitesse en kwam in die periode tot een recordaantal van 369 competitiewedstrijden voor de Arnhemse club. De verdediger was jarenlang aanvoerder en groeide uit tot ‘Mister Vitesse’. Onder de buitenlandse spelers is Guram Kashia recordhouder met 258 competitiewedstrijden; de Georgische verdediger was tussen 2010 en 2018 een vaste waarde, droeg eveneens de aanvoerdersband en won in 2017 met Vitesse de KNVB Beker.

Naam Nationaliteit wedstrijden
Theo Bos Vlag van Nederland Nederland 369
John van den Brom Vlag van Nederland Nederland 324
Edward Sturing Vlag van Nederland Nederland 295
Martin Laamers Vlag van Nederland Nederland 272
Raimond van der Gouw Vlag van Nederland Nederland 258
Guram Kashia Vlag van Georgië Georgië 258

Top 5 uitgaande recordtransfers

[bewerken | brontekst bewerken]

Wilfried Bony speelde van 2011 tot 2013 voor Vitesse en beleefde in Arnhem de meest succesvolle periode uit zijn carrière. De Ivoriaanse spits ontwikkelde zich in korte tijd tot een van de gevaarlijkste aanvallers van de Eredivisie. In het seizoen 2012/13 kroonde Bony zich met 31 treffers tot topscorer van de Eredivisie, waarna hij voor een recordbedrag van 16 miljoen euro werd verkocht aan Swansea City, nog altijd de hoogste uitgaande transfer in de geschiedenis van Vitesse.

Naam Nationaliteit Nieuwe club Transfersom
Wilfried Bony Vlag van Ivoorkust Ivoorkust Vlag van Engeland Swansea City € 16.000.000,-
Marco van Ginkel Vlag van Nederland Nederland Vlag van Engeland Chelsea FC € 9.400.000,-
Nikos Machlas Vlag van Griekenland Griekenland Vlag van Nederland AFC Ajax € 8.500.000,-
Milot Rashica Vlag van Kosovo Kosovo Vlag van Duitsland Werder Bremen € 8.100.000,-
Vyacheslav Karavaev Vlag van Rusland Rusland Vlag van Rusland Zenit Sint Petersburg € 8.000.000,-

Top 5 inkomende recordtransfers

[bewerken | brontekst bewerken]

Bob Peeters werd in 1998 door Vitesse aangetrokken in de periode van voorzitter Karel Aalbers, waarin de club onder zijn leiding sportieve ambities koppelde aan forse investeringen om aansluiting te vinden bij de Nederlandse top. In die jaren deed Vitesse opvallende aankopen op de transfermarkt, waaronder ook Pierre van Hooijdonk, die voor circa €4,73 miljoen naar Arnhem kwam. In die context gold Peeters met een transfersom van ongeveer €6,3 miljoen als de duurste aankoop uit de clubgeschiedenis.

Naam Nationaliteit Vorige club Transfersom
Bob Peeters Vlag van België België Vlag van Nederland Roda JC € 6.300.000,-
Pierre van Hooijdonk Vlag van Nederland Nederland Vlag van Engeland Nottingham Forest € 4.730.000,-
Wilfried Bony Vlag van Ivoorkust Ivoorkust Vlag van Tsjechië Sparta Praag € 4.000.000,-
Didier Martel Vlag van Frankrijk Frankrijk Vlag van Nederland FC Utrecht € 2.750.000,-
Tim Cornelisse Vlag van Nederland Nederland Vlag van Nederland RKC Waalwijk € 2.500.000,-

Internationals

[bewerken | brontekst bewerken]
Interland-recordhouder van Vitesse Just Göbel op 26 april 1914 voor aanvang van de interland Nederland - België (4 - 2)

Vitesse heeft door de jaren heen verschillende (buitenlandse) internationals voortgebracht. In totaal kwamen 22 spelers uit voor het Nederlands elftal terwijl zij onder contract stonden bij de Arnhemse club. Medeoprichter Willem Hesselink was in 1905 de eerste Vitesse-speler die voor Oranje uitkwam. Davy Pröpper was in 2015 de meest recente speler die als Vitesse-speler een interland voor Nederland speelde.

Recordinternational namens Vitesse is doelman Just Göbel. Tussen 1911 en 1919 verdedigde hij 22 keer het doel van het Nederlands elftal, waarbij hij al zijn interlands als speler van Vitesse speelde. Op 20 december 1989 leverde Vitesse een recordaantal van drie spelers aan Oranje. In de tweede helft van de interland tegen Brazilië stonden Edward Sturing, Martin Laamers en Bart Latuheru gelijktijdig binnen de lijnen, waardoor de gehele linkerflank van het Nederlands elftal uit Vitesse-spelers bestond.

Onderstaande spelers kwamen tijdens hun periode bij Vitesse uit voor het Nederlands elftal. [12]

Vitesse-spelers in het Nederlands elftal
Periode Naam Interlands Gespeeld
onder Vitesse
1905-1905 Willem Hesselink 1 1
1911-1919 Just Göbel 22 22
1920-1925 Jan de Natris 23 1
1923-1928 Gerrit Horsten 6 1
1952-1952 Sjaak Alberts 5 5
1952-1953 Wim Hendriks 3 3
1987-1994 Hans Gillhaus 9 2
1989-1990 Martin Laamers 2 2
1989-1989 Bart Latuheru 1 1
1989-1990 Edward Sturing 3 3
1990-1993 John van den Brom 2 2
1994-2004 Pierre van Hooijdonk 46 4
1995-1995 Glenn Helder 4 1
1996-2005 Roy Makaay 43 2
1996-1997 Ferdi Vierklau 2 2
1998-1998 Martijn Reuser 1 1
1998-2001 Marc van Hintum 8 8
1999-2001 Sander Westerveld 6 1
2001-2002 Victor Sikora 6 6
2006-2011 Theo Janssen 5 2
2009-2009 Piet Velthuizen 1 1
2012-2017 Marco van Ginkel 8 1
2013-2021 Patrick van Aanholt 19 2
2015-2019 Davy Pröpper 19 1
[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie SBV Vitesse van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Bronnen, noten en/of referenties

SBV Vitesse
Morty Proxy This is a proxified and sanitized view of the page, visit original site.