Naar inhoud springen

uitzien

Uit WikiWoordenboek
  • uit·zien
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitzien
/'œy̆t.sin/
zag uit
/zɑχ 'œy̆t/
uitgezien
/'œy̆t.χə.ˌzin/
klasse 5

onregelmatig

volledig

uitzien

  1. een zekere aanblik hebben: zie eruitzien
    • Jij ziet er prachtig uit. 
     Het zal er uitzien als tovenarij, maar dat is ook de bedoeling.[1]
     In zijn bril zag ik mezelf weerspiegeld en ik constateerde dat ik er net zo verwilderd uitzag als hij.[2]
     Een onbeschrijfelijk gevoel, net als verliefdheid, waardoor alles om je heen er mooier gaat uitzien.[2]
  2. inergatief ~ naar een verlangen koesteren
    • Daar zie ik echt naar uit. 
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Kruistocht in spijkerbroek” op Wikipedia (1973), Lemniscaat (uitgeverij), ISBN 9789060691670
  2. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
uitzien
Morty Proxy This is a proxified and sanitized view of the page, visit original site.