Naar inhoud springen

tango

Uit WikiWoordenboek

8

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Tango

ˈtɑŋɡo

  • tan·go
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘Spaanse of Argentijnse dans’ bekend sinds begin 20e eeuw. [1][2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tango tango's
verkleinwoord tangootje tangootjes

detangom

  1. (dans) Argentijnse dans, verwant aan flamenco
  2. (dans) Argentijnse dansmuziek in tweekwartsmaat
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[3]


enkelvoud meervoud
tango tangoes

tango

  1. (dans)  tango zn 
vervoeging
onbepaalde wijs to  tango 
he/she/it  tangoes 
 tangoes 
verleden tijd  tangoed 
voltooid
deelwoord
 tangoed 
onvoltooid
deelwoord
 tangoing 
 tangoing 
gebiedende wijs  tango 

tango

  1. onovergankelijk (dans) de  tango zn  dansen, tangoën
  • It takes two to tango.
Voor een samenwerking zijn altijd minimaal twee personen nodig / Waar twee vechten, hebben twee schuld


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  tango     le tango     tangos     les tangos  

tango m

  1. (dans) tango


vervoeging van
tangar

tango

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van tangar
tango
Morty Proxy This is a proxified and sanitized view of the page, visit original site.